Uiteindelijk hebben de Verenigde Staten en hun bondgenoten dan toch besloten
tot een Alleingang. Van een illegale oorlog is evenwel geen sprake.
VN-resolutie 1441 spreekt van een 'laatste kans'voor Irak om zich te ontdoen
van zijn massavernietigingswapens, op straffe van 'ernstige gevolgen' - een
diplomatiek eufemisme voor "oorlog". Resolutie 1441 mag met recht een
impliciete oorlogsresolutie worden genoemd. Bedenk in dit verband ook dat
resolutie 687 uit 1991, die nog steeds van kracht is, Irak slechts 15 dagen
de tijd geeft om duidelijkheid te geven over zijn massavernietigingswapens!
Na twaalf jaar, achttien (!) VN-resoluties en een 'laatste kans' heeft Irak
nog steeds niet aan zijn verplichtingen voldaan. Wil de internationale
gemeenschap geloofwaardig blijven, dan valt niet te ontkomen aan een
militair ingrijpen in Irak. Dat dringende besef lijkt bij de Fransen, Russen
en Chinezen volstrekt onvoldoende aanwezig. Nu is het beste moment om in te
grijpen, vanwege de reeds aanwezige troepenmacht en de vanaf medio april te
verwachten verslechtering van de weerssituatie. Nog langer wachten dient
geen enkel doel, behalve het onnodig langer instandhouden van het regime van
Saddam Hussein.
Niet de Verenigde Staten, maar Frankrijk, Rusland en China en ook Hans Blix
zelf zijn primair verantwoordelijk voor de huidige verdeeldheid binnen de
internationale gemeenschap. Zij hebben de inspecteurs ten onrechte gedrongen
in de rol van detectives op zoek naar een speld in een hooiberg, terwijl de
bewijslast ten volle bij de Iraakse autoriteiten had moeten liggen. Hierdoor
werd Saddam Hussein verleid om zijn vertrouwde tactiek van vertragen en
misleiden ook nu weer toe te passen, terwijl het wel om zijn 'laatste
kans'ging. Blix heeft dit me zo veel worden toegegeven door te verklaren dat
het Iraakse regime de VN-inspecteurs slechts heel weinig nieuwe informatie
had gegeven om te kunnen nagaan of Irak inderdaad zijn chemische en
biologische wapens heeft vernietigd.
De internationale gemeenschap dient zo snel mogelijk de gelederen te sluiten
en zich achter de Verenigde Staten en hun bondgenoten te scharen. Alles
afwegende gaat het immers om een gerechtvaardigde oorlog tegen een bruut en
onverbetelijk regime dat de (inter)nationale rechtsorde reeds twaalf jaar
aan zijn laars lapt. Laten we ook niet vergeten dat alleen de Verenigde
Staten bij machte en bereid zijn om, namens de Verenigde Naties, conflicten
gewapenderhand op te lossen. Denk hierbij aan Koeweit, Bosnië, Kosovo en
Afghanistan.
Nederland heeft ervoor gekozen om wel politieke, maar geen militaire steun
te verlenen. Dit polderesque compromis is bovenal ingegeven door
binnenlandse omstandigheden: de weg naar een toekomstig kabinet van CDA en
PvdA mag niet worden geblokkeerd.
Niettemin is deze wat halfslachtige om niet te zeggen hypocriete houding
allesbehalve nieuw. Ook tijdens de Eerste Golfoorlog en de oorlog in
Afghanistan weigerde ons land, ondanks verzoeken daartoe, om een serieuze en
derhalve risicovolle bijdrage te leveren. Blijkbaar vinden wij het
acceptabel om anderen bij voortduring het zware en vuile werk te laten
opknappen. Het is dan ook hoog tijd dat wij het vingertje waarmee we zo
dikwijls en zo graag naar de rest van de wereld wijzen, eens op onszelf
richten.
Tekst beschikbaar gesteld door:
Richard van der Wal
Beleidsmedewerker LPF
|