17 juli 1968 was een bloedhete zomerdag. De straten van Bagdad waren
bijna leeg. Vroeg in de ochtend was het Irakese volk via de radio
opgeroepen thuis te blijven. Verder zond de Irakese radio vooral
revolutionaire liederen uit en beweerde het dat de "witte revolutie" was
geslaagd. Ik was samen met twee van mijn neven en we speculeerden over
de plegers van de militaire coup. We waren tussen de 14 en de 16 jaar
oud en hadden al twee coups meegemaakt. Om acht uur kondigden de "witte
revolutioneren" aan dat hun coup was uitgevoerd onder leiding van Ahmad
Hassan Al Bakir. Bij het horen van die naam schrokken we. En we waren
zeker niet de enigen in Irak die dat vonden. Onder de leiding van die
man was vijf jaar eerder al een coup gepleegd en beleefde Irak
(totnogtoe) de zwartste 9 maanden van haar geschiedenis van de 20ste
eeuw. We verwachten toen dat er nog zwaardere en zwartere dagen zouden
gaan volgen en Irak naar de verdoemenis zal gaan. En dat klopte
helemaal.
Tussen die coup plegers was een jonge charmante charismatische man die
fungeerde als de lijfwachter van Al Bakir. Die man die er verlegen uit
zag en de taal van het volk met een vleugje humor sprak werd een paar
maanden later de werkelijke leider van Irak. Hij liep weliswaar over de
lijken van zijn vrienden maar had het geluk dat die vrienden bij het
volk niet geliefd waren. Hij maakte vriendschap met zijn vijanden zoals
de Koerden, Communisten en Sjiieten om later over hun lijken te lopen.
Dat deed hij met een knipoog naar de "hemel" die hem veel geluk gaf. Hij
werd de almachtige en wilde grensoverschrijdende activiteiten
ontplooien. Die man heet Saddam Hussein.
Saddam Hussein manipuleerde de Irakezen (door beloning en straf) lid te
worden van zijn partij. Velen (genoodzaakt) kozen voor de beloning. Ik
zag hoe hij werd bewonderd en bevreesd tegelijk zelfs door zijn vijanden
terwijl de lijsten van de vermisten, gevangenen en vermoorden steeds
langer werden.
Alles draaide om de persoon van Saddam die werd in feite - via dwang en
opportunisme - tot God verheven door zangers, dichters, schilders,
fotograven, beeldhouders, wetenschappers, filosofen, psychologen,
politici, militairen, politie etc. etc.
De hoogste militaire rang die toen bestond was niet voldoende voor hem.
Men creëerde een speciale rang voor hem die nergens ter wereld bestond.
Hij kreeg het ene ere doctoraat na het andere. Ook van de buitenlandse
universiteiten. Misschien niet helemaal onterecht. Saddam had namelijk
de olie in 1973 genationaliseerd. De immens grote inkomsten die hieruit
voort vloeiden werden vooral besteed aan vele projecten die zijn persoon
verheerlijken. Ook de buitenlandse bedrijven kwamen massaal naar Irak.
De economie bloeide, echter bleef alles schaars en mensen moesten in
lange rijen staan voor alle soorten levensmiddelen.
In 1975 studeerde ik overdag aan de universiteit van Bagdad en in de
avonduren werkte ik bij de staatsomroep. Een medestudent deed het
zelfde. Hij was een cameraman en had blijkbaar sympathie voor de
communisten. Een paar maanden nadat Saddam met behulp van o.a. de
communisten de Koerden had uitgeschakeld verdween die cameraman. Ik
wilde weten waar hij was. Niemand durfde iets te zeggen. Ik zag de angst
gemengd met onverschilligheid in de ogen van de mensen bij wie ik
informeerde. Op een avond na een stevige borrel met een bekende Irakese
tv-presentator te hebben gedronken liet ik de naam van de cameraman
vallen. Mijn tafelgenoot keek me aan met wazige ogen en zei: "weet jij
het echt niet?" De tv-presentator vertelde me lacherig hoe de cameraman
werd ondervraagd, gemarteld en geëxecuteerd. Toen ik hem naar de reden
vroeg zei hij dat de cameraman bij een gelegenheid een bekende Irakese
communist had gegroet. Die tv-presentator moest getuigen dat de
cameraman die communist groette!
Ik wist dat ik voorzichtig moest zijn maar dat kon ik niet. Ondanks of
dankzij mijn grote mond heb ik geluk gehad. Ik werd niet gearresteerd.
Mijn neven waren voorzichtig en soms "loyaal" aan de regering. Een van
hen werd leraar in de Arabische taal en de religie en gaf les aan een
middelbare school. Hij verdiepte zich in de islam en ging ook dagelijks
naar de moskee. Opeens verdween hij maanden lang. Niemand wist waar hij
was. Zijn regelmatig bezoek aan de moskee was blijkbaar voldoende voor
de mannen van Saddam om hem te arresteren, martelen en te executeren. Op
een dag belde zijn broer op en vertelde dat ik langs moest komen. De
vermiste broer was terecht. Ik ging erheen om mijn jeugd vriend, die me
had leren fietsen, te zien. Bij hun thuis vertelde zijn moeder dat ze
hem al hadden begraven. Ze zei dat hij geëxecuteerd was, maar ze mochten
dat niet zeggen en rouw was verboden. Ze moesten zeggen dat hij door een
auto verongelukt was. Een van zijn broers die het lijk ging ophalen
zei: "ik moest eerst voor de kogels betalen, een brief tekenen voor de
ontvangst van het lijk. Toen ik in de zaal kwam hing een
verschrikkelijke geur. Zijn lichaam lag onderaan een berg van lijken."
De beelden van de straten in Bagdad aan het eind van de middag zijn nog
gegrift op mijn netvlies. Tussen 1975 en 1978 zag ik regelmatig de
deportatie van Koerden naar de woestijn. Militaire konvooien vervoeren
de weerloze vrouwen en kinderen door Bagdad naar de woestijn onder het
gejuich van het "publiek". Het was in het begin van die periode toen een
goede kennis van me samen met zijn vrouw verdween. Maanden wisten we
niets van hen. Op een avond stond zijn vrouw voor onze deur. Ik herkende
haar niet. Ze was totaal in de war en beefde over haar hele lichaam. Ik
liet haar binnen. Ze kon twee dagen lang geen woord zeggen. Als ze even
in slaap viel schrok ze weer wakker terwijl ze schreeuwde. Na die twee
verschrikkelijke dagen vertelde ze dat zij en haar man waren
gearresteerd omdat een neef van hun was beschuldigd van Koerdische
activiteiten. Ze vertelde hoe de beulen hen martelden. Hoe zij met de
benen aan het plafonds hingen en onder hun neus een vieze geur werd
gelegd. Hoe zij gedwongen werd in de schoot van haar man zitten terwijl
zijn nagels werden uitgetrokken. Haar man bezweek aan de
martelpraktijken en toen ze haar beulen vroeg of ze mocht bidden zeiden
ze: "alleen domme mensen geloven in God".
Ik wilde wat doen tegen dat onrecht, maar behalve mijn pen, een
microfoon, soms een camera en een oneindige woede bezat ik niets. Met
die attributen moest ik heimelijk omgaan zodat ik niet direct de strop
kreeg. Ik stond na elke uitzending klaar om tape te wissen.
Saddam vierde zijn presidentschap in 1979 met het executeren van
tientallen van zijn kameraden onder wie zijn eigen zwager. Een jaar
later viel hij Iran binnen. Sindsdien brengt Saddam Irak van de ene ramp
naar de andere. Zijn ware duivelse gezicht, dat voor de Irakezen al
bekend was, liet hij ook aan de buitenwereld zien. Hij vertelde dat
wanneer iemand de macht wilde overnemen dat die Irak zonder volk zou
aantreffen. En hij offert inderdaad sindsdien zijn volk op voor zijn
grillen.
Saddam kwam regelmatig naar het gebouw van de staatsomroep waar ik
werkzaam was. Het complex werd bewaakt door elite eenheden. Maar wanneer
hij kwam liet hij een paar uur voor zijn komst het complex door zijn
speciale lijfwachten overnemen. De elite eenheden werden ontwapend en in
hun kamers opgesloten. De gewone ambtenaren werden onder strenge
bewaking begeleid en bevolen om voor de camera's te applaudisseren
wanneer Saddam arriveerde. De weg van zijn paleis naar het complex werd
ook een paar uur van tevoren tot verboden terrein verklaart. Zijn stoet
bestond uit zo'n 20 zwarte geblindeerde auto's van hetzelfde type en
kleur. En deze reden zigzag door elkaar. Niemand wist waar Saddam zat.
Tijdens zijn aanwezigheid in het complex mocht niemand naar binnen of
buiten.
Saddam was toen al te machtig geworden voor de Iraki's om hem te kunnen
uitschakelen. Hij had geen rivalen van betekenis. Niemand vertrouwde
niemand. Toen hij de oorlog met Iran begon en vele mensen gingen
deserteren beloonde hij mensen die de deserteurs verklikten. Vele mensen
gingen hun zoons, broers en echtgenoten aangeven voor een auto. Saddam
kon zich permitteren de verklikkers te belonen omdat hij toen alles
gefinancierd kreeg van o.a. Koeweit en de rijke Arabische staten van de
Perzische golf die hem in zijn oorlog steunden. De families van
militairen die in de oorlog met Iran sneuvelden kregen ook een auto of
een stukje grond. Maar diegene die zich moesten terugtrekken voor een of
andere reden tijdens confrontaties in de eerste linies werden vermoord
en als "lafaard" bestempeld. Hun families kregen niets en mochten niet
rouwen om hun "lafaards".
Inmiddels ben ik al 23 jaar gevlucht uit Bagdad en woon bijna 22 jaar in
Nederland. In al die jaren volg ik op de voet de ontwikkelingen daar. In
1980 trof ik in Iran, een vluchtelingenkamp aan de Perzische golf, trof
ik duizenden Koerdische Faili's aan, die door Saddam in 1973 eerst van
al hun bezittingen beroofd waren en vervolgens naar Iran gedeporteerd
werden.
In Iran zag ik het Iraanse leger over de vlaggen van Amerika en de
Sovjet unie marcheren. De leuzen met "dood aan Amerika, dood aan Israël,
dood aan de Sovjet Unie" hingen overal. En Saddam had geluk dat hij
tegen die Mullah's vocht.
Aan de ene kant groeide de haat van het Irakese volk voor de dictator
maar aan de andere kant groeide de steun en de sympathie van de hele
wereld voor hem. Het westen maar ook het oosten hielp hem met adviezen,
het bouwen van een grote militaire infrastructuur, leveren van materiaal
voor het maken van chemische-, biologische- en kernwapens. De
installatie van het laatste heeft de Israëlische luchtmacht in 1982
vernietigd. Maar Saddam zal geen Saddam zijn als hij niet door was
gegaan. Hij liet zich in 1989 spottend uit over dat hij Israël in het
hart kon treffen: hij was bijna in het bezit van een kernwapen. Hij had
alleen nog een ontsteker nodig, zo zei hij voor het oog van de TV camera.
In 1987 begon Saddam Hussein chemische wapens, als proef te gebruiken,
tegen Iran en ook tegen de weerloze "eigen" Koerden. Hij legde dat op
videobanden vast. Maar die werden nergens getoond behalve in de kamers
van de Irakese machthebbers. Van de Iraanse soldaten die met gif waren
gedood werden wel op de Irakese TV vertoond. Toen hij het Koerdische
stad Halabja met gifgassen bombardeerde en de hele stad slachtoffer werd
nodigde Iran de westerse journalisten uit en er kwamen beelden vrij. De
hele wereld kon zien hoe de hele stad was bezaaid met opgezwollen
lichamen van vooral kinderen en vrouwen. Ik kan dan ook nooit vergeten
hoe de voormalige minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek
tegen een TV journalist zei: "we weten dat er chemische wapens gebruikt
zijn. Maar we weten niet door wie"! Tot dusver werd Saddam nog steeds
beschermd door de wereld.
Dit was tekenend voor de regeringen van het westen. Geen enkele regering
over de hele wereld protesteerde tegen het gebruik van die gifbommen
tegen de Koerden. Het werd bestempeld als een binnenlandse
aangelegenheid in Irak! De hele islamitische en Arabische wereld,
inclusief hun media, negeerden het gebeuren in Halabja. Alsof dat nooit
plaats had gevonden. Een dappere VPRO TV journalist durfde de voormalige
Jordaanse koning Hussein onverwacht te vragen waarom hij niets zei tegen
zijn vriend Saddam Hussein over het gebruik van chemische wapens in
Koerdistan. De koning schrok en zei dat hij van niets wist. "Maar als
dat zo is zal ik de president over de beweegreden vragen", voegde hij
kalm er aan toe.
Zulke momenten kunnen beslissend zijn voor het geloof in de mens. Op
zulke momenten kun je het geloof in alle goden en religiën verliezen. Je
beseft dat er geen gerechtigheid bestaat en dat je als mens machteloos
bent.
Geen twee jaar later toen Saddam Koeweit veroverde vond van den Broek
hem een tiran. Koning Hussein bleef echter in zijn vriend geloven en hem
steunen. Misschien omdat hij niet wist dat Saddam Koeweit was
binnengevallen!
Na de bezetting van Koeweit in 1990 hoorde je George Bush sr zeggen dat
Saddam de nieuwe Hitler is. Op dat moment raakte ik ontroerd en ging
bijna van die man houden. Ik en met mij bijna het hele Irakese volk
zagen Bush als de verlosser. De Irakezen waren blij de Amerikaanse
straaljagers de Irakese stellingen te zien bombarderen. Zij hoopten en
verwachten bevrijd te worden van hun dictator. Het Irakese volk was maar
een paar uur van de vrijheid verwijderd toen ik uit mijn slaap schrok en
de TV aanzette. Het was tien minuten voor drie Nederlandse tijd. Ik
schakelde naar CNN en hoorde dat de president van Amerika een
belangrijke mededeling voor de wereld heeft. Mijn hart klopte te hard.
Ik begon te beven en wist dat er onheil in de lucht hing. En inderdaad
Saddam had weer geluk. Bush had gemikt op 100 uur oorlog. Saddam Hussein
mocht zijn koffers weer uitpakken. En ik zat de volgende dag totaal
kappot, machteloos en zielig de wonden van het hele Irakese volk te
likken.
Een paar weken later blies Bush sr weer hoop in de Irakese aderen. Hij
riep ze op hun dictator te verdrijven. En deze gingen er met volle
overtuiging voor. In het zuiden van Irak veroverde de bevolking bijna
het hele gebied. In het noorden verjoegen de Koerden de Irakese troepen.
Op het moment dat een Koerdische leider aankondigde dat zijn troepen
klaar stonden om naar Bagdad op te rukken, kreeg Saddam echter het
groene licht zijn luchtmacht weer te gebruiken. Binnen de kortste tijd
verpletterden zijn troepen de Irakese bevolking -onder het toeziend oog
van de geallieerden in Irak. Saddam's troepen brachten een
massaslachting toe bij de opstandelingen. Tienduizenden mensen zijn een
verschrikkelijke dood tegemoet gegaan. Miljoenen vluchten over de
Irakese grenzen voor de terreur van hun president.
Ikzelf ging opzoek naar mijn familieleden ergens aan de grens tussen
Irak en Turkije en trof een ernstig gewond volk. Bijna het hele
Koerdische volk was gelegerd tussen een paar dalen en bergen en werd
behandeld door Turkse soldaten als grofvuil. En Saddam vierde "de
overwinning van de moeder van alle oorlogen". Want hijzelf overleefde
die oorlog en dat was de overwinning. Hij liet ook gretig zijn
ontmoetingen met de leiders van Koerden en Sjiieten op TV zien. Bij het
zien van die beelden hoopte ik dat ik even een struisvogel kon worden.
Er was helaas geen zand genoeg.
Zou Saddam een rol hebben gespeeld in de ruzies binnen de
oppositiegroepen? Als hij de ruzie tussen de twee Koerdische facties in
1994 heeft gemanipuleerd zou hij er nu zeker spijt van hebben, want
Iraaks Koerdistan is al zeven jaar niet één de facto staat maar twee de
facto staten met complete regeringen. En sinds 1998 hebben de Koerden
hun ruzie bijgelegd door bemiddeling van de Amerikanen en de Britten.
Normaliter als een generaal verliest stap hij op en houdt de eer aan
zichzelf. Maar Saddam Hussein verliest sinds 1980 het ene veldslag na
het andere. Hij veroorzaakte de dood van ruim miljoen mensen tussen 1980
en 1988 in de oorlog met Iran. De oorlog met Koeweit en bevrijding
daarvan koste 3500 mensenlevens aan de Irakese zijde. De nasleep van die
oorlog, de opstand en het neerslaan ervan, kostte vervolgens nog eens
100.000 levens. Sinds 1991 vluchtten er vier miljoen Irakezen, en als
het aan het volk ligt zal niemand blijven behalve de mensen die direct
afhankelijk zijn van Saddam zelf. Maar Saddam denkt niet aan aftreden
ondanks dat hij regelmatig door de inspecteurs vernederd wordt. Ze
zoeken immers zelfs tussen zijn persoonlijke spullen in zijn paleizen.
Dat de president zelf niet aanwezig is, is normaal. Hij is nooit
aanwezig wanneer het volk hem nodig heeft. Hij vlucht voortdurend van de
ene schuilplaats naar het andere. Een president die zich niet normaal
aan zijn volk kan tonen dient geen president te zijn. Saddam vindt de
inspecteurs en zijn volk lachwekkend. Hij vindt het geen vernedering
maar een kunst dat hij de hele wereld om de tuin leidt zodat hij het
overleeft. Hij ziet het als een spel waarin hij ontspannen als een
plezier beschouwd. Hij vindt de laatste twee hoofdinspecteurs Blix en
zijn schaduw Al-Baradei naïef en houdt ze voorduren voor de gek. En zij
trappen telkens in zijn val. Maar daar kan hij niets aan doen dat ze zo
besluiteloos zijn. Hij kan er niets aan doen dat zij het besluit 1441
niet toepassen. Als ze dat letterlijk doen is Saddam allang in gebreke.
Saddam weigerde tot nu toe die twee mannen te ontmoeten en hun
opdrachten uit te voeren. Sterker nog hij spot met ze. Zo op het moment
dat Blix zijn waardeloos rapport van 14 februari in de VN voorlas,
kondigde Saddam een wettelijke resolutie aan waarmee hij de handel in
massavernietigingswapens verbiedt. Als dit geen farce is weet ik het ook
niet meer.
De illusie hebben dat Irak effectief en onvoorwaardelijk mee gaat werken
is niet alleen naïef maar ook verschrikkelijk dom. Want Saddam werkt
(succesvol) al 12 jaar niet mee en waarom zou hij de komende twee weken
onvoorwaardelijk meegaan werken terwijl hij heel goed weet dat Rusland,
Frankrijk, China, Duitsland, België en nog vele andere landen hem nodig
hebben en zullen alles in het werk stellen hem aan de macht te houden.
En die zogenaamde vredesdemonstraties kan ik niet anders zien dan
liefdes verklaring aan Saddam Hussein omdat hij de Amerikanen dwars zit.
De demonstranten zijn niet anti-oorlog. Ze demonstreren niet om het
Irakese volk te beschermen tegen de Amerikaanse bommen zoals zij
beweren. Als ze tegen de oorlog waren en klein beetje respect voor het
Irakese volk hadden, hadden ze gedemonstreerd tegen de monddoding van de
Irakezen door hun "geliefde" leider Saddam Hussein. Als het hen om het
Irakese volk ging hadden ze gedemonstreerd tegen honderdduizenden
slachtoffer die ieder jaar door Saddam gemaakt worden. Als ze het
Irakese volk voor mensen zagen hadden ze gedemonstreerd tegen de
(gifgas) bommen die Saddam tegen eigen bevolking gebruikte. Nee, dat
doen ze niet want dat beschouwen ze niet als oorlog. Of weten ze niet
dat elke oorlog die einde maakt aan de oorlog van Saddam tegen zijn volk
niet meer dan bevrijding kan betekenen? Als een oorlog tegen Saddams
oorlog en zijn terreur komt, zullen miljoenen mensen in Bagdad en alle
Irakese steden en dorpen de bevrijding vieren, net zoals de Fransen,
Belgen, Nederlanders die in 1945 deden toen de Amerikanen hen van de
oude Hitler hadden bevrijd. Ik weet niet of die demonstranten dat
beseffen of niet. Een ding weet ik zeker dat hun daden alleen in het
voordeel van de huidige Irakese president werkt. Ze gaan na hun
demonstratie tevreden een borrel drinken, jointje draaien en feest
vieren terwijl het Irakese volk zwaarder wordt bestraft en hun nacht van
onderdrukking langer duurt.
Het Irakese volk heeft schoon genoeg van een straatbende als regime die
de boel in Irak al 34 jaar terroriseert. Dat volk kan niet waarderen wat
de beschaafde wereld doet om het regime van Saddam te beschermen. Ze
begrijpt het echter wel. Want ze weten dat de beschaafde wereld
medeschuldig is aan de wandaden van Saddam. Zelfs de Paus gooit zijn
(zwaar)gewicht in de schaal met sieraden en kleding aan. Het respect dat
ik voor zijn ouderdom en zielige vertoning had, ben ik kwijt nadat hij
de oorlogsmisdadiger Tariq Aziz vorstelijk ontving. Op die manier maakt
de "beschaafde" wereld van Saddam Hussein een held, een profeet en
misschien ook weer de winnaar!
Zoals ik samen met mijn neven op die beklemende hete zomer dag in juli
1968 een zwarte toekomst voor Irak hebben voorspeld zie ik nu dat als
Saddam Hussein deze keer overleeft (met of zonder ontwapening) de wereld
er anders zal uit gaan zien. Een zwarte toekomst zal het hele midden
oosten en vervolgens de wereld gaan treffen. Want Saddam Hussein zelf is
de vuile bom.
Een paar vragen die mij en vele Irakezen beangstigen en bezighouden
luiden als volgt:
Gaan de Amerikanen het op een akkoordje gooien en een aantal generaals
van Saddam, met zijn instemming, tijdelijk de macht van de president
overnemen? Zal Turkije, de bondgenoot van Amerika en lid van NAVO, de
rol van Saddam overnemen wat de onderdrukking van de (Irakese) Koerden
betreft? Hopelijk dat Amerika een structurele oplossing voor die
problemen gaat vinden. Amerika moet de Koerdische problemen niet alleen
in Irak maar ook in het hele midden oosten in het voordeel van dat volk
oplossen. Wanneer dat niet gebeurd blijft het Midden-Oosten onstabiel,
zeker wanneer Saddam ook aan de macht blijft en misbruik van het
Palestijnse vraagstuk maakt.
Ibrahim Selman
|